Toulouses uit Brabant




Even voorstellen, ik ben Stijn Lemmens uit het Brabantse Reusel. Ik houd me al een jaar of vijftien bezig met het fokken van diverse huisdieren en watervogels. En sinds een aantal jaren ben ik ook actief in de plaatselijke kleindiervereniging Pels en Pluim. Een jaar of vijf geleden kwam ik op een show in Utrecht een aantal Toulouse ganzen tegen. Omdat ik toen nog niet veel met het medium Internet deed wist ik er verder niet veel van. Dus op de show een catalogus gekocht en eenmaal thuis gaan bellen. De dieren op de show waren verkocht. Maar ik heb wel via via een vijftal Toulouse ganzenkuikens gekocht bij een fokker uit Heerenveen. Dit is het begin geweest van een aantal heel leerzame jaren waarin ik door heel veel schade en schande de stam ganzen heb opgebouwd zoals ik die nu heb.

Gezellige dikkerd
De Toulouse gans is van oorsprong een vleesgans uit Frankrijk welke daar vooral voor het vlees en zeker voor de bekende Franse ganzenlever (foie gras) werd gefokt. De Engelsen hebben later dit ras verder ontwikkeld en doorgefokt als tentoonstellingsdier met een heel imponant en massief uiterlijk. Gekenmerkt door de dubbele buikwam en keelwam (onderaan de keel). De Toulouse gans wordt in diverse landen gefokt en in verschillende kleurslagen maar hier in Nederland is alleen de grauwe variant erkent. Als je verder geinteresseerd bent in de geschiedenis en fokrichtingen moet je maar eens googlen op het Internet.

Naast het imposante uiterlijk van deze ganzen vind ik vooral ook het karakter van de Toulouse gans het vernoemen waard. Waar veel ganzenrassen zoals de Chinese knobbelganzen en witte ganzen echte blazers en herrieschoppers zijn, zijn de Toulouses echt zachtaardige lobbessen die eerder afwachtend en verlegen zijn, en waar je, als je eenmaal het vertrouwen hebt gewonnen, net als ik heel veel plezier van kunt beleven. Vooral omdat de kuikens uit de broedmachine komen en met de hand opgevoed zijn is het heel normaal dat de ganzen uit je hand komen eten.

De Toulouse ganzen in de zware vorm, zoals wij ze houden, staan er over de hele wereld om bekend dat ze door hun bouw en omvang erg moeizaam bevruchten. En zelf broeden, loopt ook bijna altijd uit op een fiasco. Omdat het mij dit jaar is gelukt om zevenentwintig heel goede Toulouses te laten uitkomen in de broedmachine, wil ik graag deze ervaring met jullie delen.

Uitdaging
Zoals ik al zei, en dat kunnen medefokkers van deze zware dieren beamen, is het houden van Toulouse ganzen elke dag weer een uitdaging. Naast de bekende rastypische problemen als de steekvleugels, dropped tong en slechte waterdichtheid door de losse bevedering is de slechte bevruchting een van de problemen waar dit ras vaak een uitdaging vormt voor de kweker. In Amerika waar dit ras steds zwaarder gefokt wordt is het al heel normaal dat men daar werkt met kunstmatige bevruchting van de ganzen.

Internationaal fokmateriaal
Het belangrijkste van het fokken van goede dieren is natuurlijk het uitgangsmateriaal. Ik heb de afgelopen vijf jaar dieren aangekocht van diverse bekende Toulouse fokkers uit Nederland, Duitsland en Belgie (Amerikaans bloed). Ik heb al heel wat kilometers gereden om een goed dier te kunnen bemachtigen. De laatste tip die ik kreeg, was dat er heel goede dieren zouden zijn in Schotland, dus...? Elk dier heeft een aantal plus- en minpunten, welke ik bij de keuze van de partners weer gebruik eigenschappen te verbeteren. Er zijn ook fokkers die gebruik maken van de zogenaamde lijnenteelt. Ik heb hier nog niet zoveel ervaring mee omdat ik veel verschillende bloedlijnen heb. En mijn ervaring is dat bij het kweken met veel vreemd bloed, er krachtige vitale jonge dieren gekweekt worden met weinig hardnekkige gebreken. Een vereiste is dan wel natuurlijk dat je fokt met voor jou bekende of bewezen afkomst. En mede daarom kun je het beste je Toulouses aanschaffen bij een goede fokker en laat je door hem begeleiden. Mede hierdoor heb ik een heel leuke vriendekring van medeliefhebbers opgebeouwd waarbij we elkaar altijd verder kunnen helpen met advies en/of nieuw kweekmateriaal. Het is natuurlijk ook heel leuk om contact te hebben met medehobbyisten.



Leergierig
Ik heb al een jaar of vier heel goed contact met een vriendin en mede-ganzenfreak uit een dorp hier in de buurt. Na een aantal jaren de eieren bij haar in de broedmachine te hebben gedaan heeft zij mij nu na een aantal jaren de kneepjes van het broeden bijgebracht. Dit jaar heb ik voor het eerst zelfstandig met de mototbroedmachine gewerkt.

Het uitbroeden van ganzeneieren in de motorbroedmachine is een precies en zorgvuldig werkje en vergt veel dicipline en tijd. De eieren in de automatische motorbroedmachine leggen en er 30 dagen niet naar omkijken zal gegarandeerd uitlopen op een domper. Het is zeker een misverstand dat het niet mogelijk is om ganzeneieren uit te broeden in een broedmachine. Ook de techniek om de eieren eerst een tijdje onder een muskuseend aan te broeden en dan de laatste week in de broedmachine te leggen is niet nodig. Je bent dan altijd afhankelijk van de broedsheid van de eenden. Omdat het aantal voorhanden zijnde bevruchte Toulouse eieren niet zo talrijk is, lijkt het mij duidelijk dat je daar zuinig en zorgvuldig mee om moet gaan. Als je weet hoe eht moet en je houdt je aan een vast schema van goed koelen, schouwen en wegen is het heel goed mogelijk om 90% van de bevruchte eieren uit te laten komen. Wegen en koelen is belangrijk om bij te kunnen sturen tijdens het broeden. De eieren moeten 14-16% in gewicht afnemen. Zo niet dan komen ze niet uit. Maar neem van mij aan dat het reslutaat het werk en de tijd meer dan goed maken.

Bevruchting
Ik heb dus geleerd dat het heel goed mogelijk is om de bevruchte eieren uit te broeden, maar je moet dus eerst proberen om een aantal bevruchte eieren te bemachtigen. Ik heb veel Nederlandse en Engelse boeken over de Toulouse ganzen gelezen, zowat heel het Internet afgezocht en heb veel met ervaren fokkers gesproken en velen geven dezelfde adviezen. Mijn ganzen hebben dit jaar, zoals het de eigenwijze ganzen beaamt, alle technieken die ik verzameld had van tafel geveegd. Veel fokkers kweken met eenjarige genten omdat deze vitaler zouden zijn. Ik heb daarom afgelopen najaar een jonge gent uit Duitsland en een uit Belgie gekocht. De gent uit Duitsland was niet helemaal fit en heeft 1 bevrucht ei opgeleverd en de Belgische gent bevruchte heel goed maar geloof het of niet mijn oudste gent van meer dan 8 jaar oud heeft de meeste bevruchte eieren en jongen gegeven. Vewel fokkers knippen de dames van achteren kaal, maar omdat ik dat niet mooi vind en het nogal een stresskarwei is begin ik daar niet aan. En het oog wil ook wat natuurlijk

Wel is het een feit dat je de kweekdieren niet te vet mag laten worden omdat de dames dan minder eieren leggen en de genten te sloom worden. Toulouse ganzen paren wel vaak in water, maar een vijver is niet nodig. Ik gebruik plastic zandbakschelpen welke ik gemakkelijk zuiver kan houden. Het dagelijks verversen van de zwembadschelpen stimuleert om samen een frisse duik te nemen en ja dan is lekker tegen elkaar aankruipen ook zo gebeurt en daar ontstaan dan die fel begeerde bevruchte eieren. Jullie duiken zelf ook niet graag in een vies bruin bad neem ik aan, dus de tuinslang standaard klaarleggen bij de bakken en iedere dag uitspoelen. Het fabeltje dat ganzen een partner hebben voor het leven is volgens mij ook niet waar want ik heb wederom afgelopen jaar gewisseld van samenstelling van de koppels omdat ik bepaalde eigenschappen wou verbeteren. Je moet dit natuurlijk wel vroeg in het voorjaar doen voordat de ganzen hun eigen partner voor het komende seizoen hebben gekozen.

Conclusie is dat ik niet een panklaar advies kan geven om te garanderen dat de ganzen bevruchten maar feit is weld at een goed verzorgt ganzenpaar dat in goede conditie verkeerd zelf de behoefte heeft om te kweken. En elke ervaren of beginnende fokker zal naar verloop van tijd zijn eigen technieken ontwikkelen en aanpassen aan zijn of haar situatie.



2008, is een top Toulouse jaar
Zoals ik al zei is het voor mij dit jaar een gigantisch goed Toulouse jaar geworden. Ik had dat jaar met drie kweekkoppels en een trio gefokt. Drie koppels hadden ongeveer 40-50% bevruchte eieren en helaas een koppel maar een bevrucht ei en dit is ook nog afgestorven in de broedmachine. Resultaat van 34 bevruchte eieren zijn 27 super vitale jongen waarvan de oudsten al vanaf half april gezellig rond waggelen. Heel belangrijk is wel dat je heel goed realiseert dat die kleine donsbolletjes wel uitgroeien tot hele grote knoepers van dieren die ook heel veel eten. Ik vind dat jonge Toulouses perse op moeten groeien met vers gras. Jonge Toulouses mogen in de periode dat ze slagpennen krijgen absoluut niet teveel eiwitrijk voer krijgen want dan krijg je gagarandeerd steekwieken. Ze moeten dan een paar weken op rantsoen met vers gras en een heel klein beetje watervogel opfokmeel. De eerste 20 jongen van dit jaar hadden bij mij in een maand tijd een verse weide van 200 vierkante meter kort gegeten. Het is dus zaak dat je niet meer dieren uit laat komen dan dat je goed kunt plaatsen en verzorgen. Ik ben in de gelukkige positie dat wij bij mijn ouders een twee meter hoog omheind grasland van een hectare groot hebben. Twee meter hoog omheind om de vossen buiten te houden want die hebben we in het verleden op bezoek gehad.

Wij houden wel alle kweekkoppels apart omdat we het belangrijk vinden dat we weten van wie welk ei is en onze verschillende bloedlijnen gescheiden kunnen houden. Elk ei wordt meteen bij het uithalen met potlood voorzien van datum en kweekkoppelnummer. Zodra het ganzenkuiken uit het ei wipt, doen we een klikring om de poten zodat we met verschillende kleuren ringen de jongen weer uit elkaar kunnen houden. Deze ringen moeten natuurlijk wel een aantal keren gewisseld worden voor steeds grotere totdat we de definitieve ring (27mm) om doen. Het ringnummer wordt dan weer verwerkt in de administratie om de stamboom bij te kunnen houden.

De jongen worden de eerste drie dagen in een bak gehouden met als ondergrond een oude badhanddoek. Hierop hebben ze stevig grip en daardoor heb ik bijna nooit spreidpoten. Boven de kuikens hangt natuurlijk een warmte lamp. Ze eten de eerste drie dagen bij mij een speciaal kruimelvoer om ze goed aan het eten te krijgen. Na die tijd worden ze nog drie weken in een opfokkooi gehouden met als ondergrond vlastrooisel en gaan ze verder op watervogelopfokmeel. Na drie of vier weken gaan ze naar de weide om verder te groeine en te ontwikkelen tot geweldig mooie grote dieren. In de periode naar de herfst en het tentoonstellingsseizoen toe kunnen we gaan selecteren en zijn er dieren te reserveren voor aanstaande nieuwe eigenaren. Kwaliteit en afkomst bepalen de prijs en een toppertje brengt natuurlijk een mooie prijs op.

Ten slotte
Ik hoop met dit artikel jullie lezers en kleindierliefhebbers een goede indruk te hebben gegeven van mijn Toulouse seizoen van dit jaar. Een positieve stimulans om te genieten van onze dieren en, ondanks de stijgende voerprijzen en tegenslagen als de vogelgriep van de afgelopen jaren, toch door te gaan met de hobby.





Wilt u terug naar het begin van deze pagina?
Klik dan : Dewlap Toulouse ganzen artikelen



 
Copyright © 2010 - Broederey de WeydeGanschSitemapE-mail